Zaterdag: legende. Dinsdag: “belangrijke manager”. Tussen die twee werelden staat één man, één ketting, en één parkeerplek in Sloterdijk die hij nooit op tijd haalt.
Elke klik op “Benny is te laat” voegt 7% rookwaas toe.
Elke klik op “Benny is er wél” bewijst dat het een statistische uitzondering was (−5%).
Toen de parking om 10:00 sloot, reed Benny nog rond. Vond de beveiliging een mooie wandeling. Benny vond het “best relaxed”. De auto vond het minder.
Uitgereikt voor de moed, de wilskracht en de drie keer dat het bijna lukte. Dit jaar weer. Volgend jaar weer. Structuur is ook een prestatie.
Maandag “belangrijke manager”, vrijdag dezelfde manager maar dan met verhaaltjes. De kalender gelooft er heilig in. De agenda van Benny ook.
Voor de man voor wie “op weg” een filosofisch concept is, geen fysieke staat. Fysiek stond hij nog bij de snusautomaat.
“Ik vroeg Benny om 9:00 ergens te ontmoeten. Hij zei ‘check’. Om 9:40 belde ik. Hij zei: ‘Ik parkeer nog.’ In Sloterdijk. De parking sloot om 10:00. Het was een kunstwerk.”
“Benny is gestopt met roken. En snuiven. En weer begonnen. En gestopt. Wij noemen dat een reis. Zijn longen noemen het een serie.”
“Op zaterdag kent heel Amsterdam Benny. Op dinsdag kent heel kantoor Benny. Op woensdag vraagt Benny waar hij dinsdag was.”
“Zijn auto heeft meer weekendverhalen dan ik in tien jaar. De auto praat niet terug. Wij denken dat dat wijs is.”
Benny beweegt door de stad alsof hij een ninja is. De stad ziet een ninja. De stad ziet hem.
“Ik ren niet. Ik haast mij met zelfvertrouwen.” Legaal. Vraag ons.
Verplicht volgens de wet. En volgens Benny’s ego. Dubbel legaal.
Een belofte is geen feit. En een feit is geen strafbaar feit. Volgens Benny.
De parkeerautomaat weet niet hoe kort “kort” is. Benny ook niet. Beide onschuldig.
Benny kent geen snus. Benny heeft nooit van snus gehoord. De doos? Onbevestigd object. Vraag het niet aan de douane, die noemt het grijs — Benny noemt het efficiënt.
Het waait nooit. Benny’s capuchon wel. Volledig legaal weer-gedrag.
“De douane noemt het ‘grijs gebied’. Benny noemt het ‘efficiënt’. De douane heeft een stempel. Benny heeft een verhaal. Het verhaal wint altijd, want het verhaal rijdt mee.”
Benny liep gisteren “discreet” door de stad: capuchon op, hoofd naar beneden, tempo van een man die geoefend heeft. Om 21:04 stond hij op een foto van drie mensen die hij niet kende. Discretie-score die avond: 3%. Niemand was onder de indruk, iedereen was op de hoogte.
Benny heeft een theorie dat alles wat hij doet “officieel legaal” is, zolang hij er zelf van overtuigd is en er geen getuigen bij zijn. Er zijn altijd getuigen bij. Benny telt ze niet mee. Dat is ook legaal, volgens Benny.
“Niks illegaals,” zegt Benny, terwijl hij drie tassen draagt die volgens hem “voor een vriend zijn”. De vriend bestaat. De vriend weet alleen niks van de tassen. Grijs? Zwaar grijs. Efficiënt? Zeer.”
Benny stopt elke maand met roken en snuiven. Wij vinden dat knap. De telling loopt door, want Benny telt niet mee — hij begint gewoon opnieuw. Deze teller is nep. De trots is dat niet.